Het moet zowat een maand geleden zijn.

Toen we geheel volgens de wettelijke verplichtingen de tuin aan het debroussailleren waren, vloog van onder een eik een resem kleine gele vliegjes op. Die gele vliegjes verraden de aanwezigheid van truffels had Mr Fiou ons geleerd. Een truffel van eigen kweek, dat leek ons het perfecte ingrediënt voor het kerstdiner en dus plantten wij zorgvuldig een vlagje op de heilige plaats.

Vandaag was de sneeuw gesmolten en de grond ontdooid. Tijd om de zwarte diamant op te graven. Vol goede moed begonnen we aan de graafwerken. De plaats van het vlaggetje leverde niets op. “We kunnen er net zo goed twintig cm naast zitten.” bedachten we en zochten vlijtig verder, daarnaast en nog daarnaast en nog wat verder.

Geen truffel.

Bij gebrek aan een hond of een varken gingen we dan zelf plat op de buik gaan snuffelen op zoek naar die unieke geur. Dat was niet echt een deftig zicht. “Hoe diep zit zo een truffel eigenlijk?” vroeg B. Enig gegoogel vertelde ons dat een truffel één tot vijftien cm onder de grond zit. Die putten van een halve meter konden we dus terug dichtgooien. Een namiddagje graven leverde ons veel stenen, mierennesten en allerlei onbekend aards leven op maar geen truffel.

Mr Fiou heeft ons een fabeltje verteld besloten we. Bestaat die truffelvlieg wel? Ja hoor, ze bestaat zegt internet maar je vindt ze enkel in de buurt van een rijpe truffel. We zullen dus nooit weten of we een maand geleden een unieke truffeloogst gemist hebben.

De truffelmarkt zal veel goed maken.

Truffeloogst van iemand die er  wel verstand van heeft.

L ‘été Indien is voltooid verleden tijd. De watervoorraden moeten worden aangevuld en het is herfst, een gouden herfst met een vlammend kleurenpallet. Daar hoort een stukje wild bij en wild vraagt om girolles. Die zouden kost wat kost in het bord komen.

Helaas helaas, de girolles zijn hier schaars dit jaar, het is te droog geweest, en zo komt het dat wij na een zoektocht langs de markt, de warenhuizen en de winkels nog steeds zonder girolles zaten. Toen we de hoop al opgegeven hadden en  met de ondraagelijke gedachte begonnen te spelen van dan maar doodgewone champignons te nemen,  kregen wij de schitterende inval om toch nog de groentenwinkel in een naburig dorp uit te proberen. We trotseerden moedig een hevige plensbui en ja hoor, deze man die een landgenoot is, toonde met fierheid een schaaltje welriekende girolles. Ze waren weliswaar”ingevoerd” uit het westen maar het was precies wat we nodig hadden en blijgezind vertrokken we richting kookpot.

Het was nog net niet donker, het regende niet meer en wat we toen te zien kregen was meer dan een explosief aperitief. Bij het afdalen van de heuvel zagen we achter ons dit,

foto1

rechts van ons dit,

foto2

en voor ons zagen we ter hoogte van Malpertuis de meest intense regenboog ooit geboren worden.

foto3

Tien minuten ongeveer bleven we ronddraaien, niet wetend waar eerst kijken en toen ging het licht uit en werd het landschap met een donkere mantel bedekt tot morgenochtend.

Merci les girolles.

Zelfs in het volmaakte Provençaalse binnenland kan het je soms overvallen: une envie de mer.

“Ga eens naar Port Cros” had een deskundige ons geadviseerd.
Een eiland in groen en blauw dat in zijn geheel een parc national is, een eiland enkel voor voetgangers waar het woud tot in de zee reikt.

Omdat je er het strand enkel kan bereiken na een uurtje klimmen en dalen over een rotsig bospad, leek het ons een goed idee om zo weinig mogelijk bagage mee te nemen. Enkel op fotoapparatuur bespaarden we niets. Het eiland beloofde schitterend beeldmateriaal en dus werden camera, lenzen, zonnekappen, filters en statiefje ingepakt.
Port Cros is ook een duikersparadijs, zo bleek al op de veerboot want vele medereizigers torsten lood en duikerspakken. Wij waren het onze gemakshalve vergeten.

Van bij het aanmeren in het kleine haventje was le depaysement immédiat et total. Geen auto’s, geen fietsen, geen sigaretten, geen honden, geen villa’s, geen beton. Enkel verharde aarde, een paar okerkleurige huisjes, palmbomen en drie restaurantjes.
Gelukkig waren we onze frigobox vergeten zodat we verplicht waren ter plaatse een perfect gegrilde loup de mer, enkel vergezeld van een streepje olijfolie en een glas witte wijn, te bestellen.

port-cros water

En dan het strand. We betreurden al snel dat we onze hoed en zonnecrème vergeten waren want, ook al was het al laat in september, de zon liet zich van haar beste kant zien. Een paar vebrande onderdelen wegen echter niet op tegen de plaatjes die de revue passeerden. Dobberende bootjes, azuurblauwe lucht, schitterende vergezichten door groene doorkijkjes, het was een wandeling door een prentenboek waar je al fotograferend je hart kon ophalen.

Op Port Cros kan je in het smaragdgroene water zwemmen tussen de vissen die, alvorens ze een eindje verderop zullen gegrild worden, nog even een rondje komen draaien.
Dat we geen handdoek bijhadden vonden we niet zo erg maar dat we ons boek om lui onder een boom te lezen vergeten waren vonden we wel jammer.

Ile de Port Cros, je bent bloedmooi en feeëriek. We komen zeker terug en dan neem ik ook de batterij van mijn fototoestel mee zodat we al die apparatuur niet nutteloos een gans eiland moeten rondzeulen.

20070601093856!Port_Cros

Als we ’s morgens de luiken opengooien verwachten we enkel zingende vogels te horen. Drukke stemmen zijn een teken dat er iets mis is en dan dringt een onderzoek zich op.
Ik liep een eindje richting beroering en dan zag ik hem staan, groot en kleurrijk, in de wijngaard achter de bomen: le ballon. 
 
Omdat ik hier graag verslag uitbreng van belangrijke gebeurtenissen had ik geen andere keuze dan te gaan onderzoeken waarom die ballon stond en niet vaarde zoals gebruikelijk is. 
Berichten over le ballon is een beetje delicaat omdat hij in ons dorp nogal eens voor controverse  zorgt,  daarom is wat volgt een droge opsomming van de feiten zonder favoritisme voor het éne of het andere kamp.
 
Le ballon vertoonde links een duidelijke scheur waardoor hij reeds snel na het opstijgen hoogte verloor en een gedwongen noodlanding had moeten maken waarbij hij op een haar na het huisje van Madame Leduc had gemist. Midden in de wijngaard leek een betere optie. De hollandse kapitein, in uniform en met witte handschoenen aan, hielp op hoffelijke wijze zijn passagiers uit de gekantelde mand.
Langs de rand van de wijngaard stonden de toegestroomde ramptoeristen (drie, waaronder ikzelf.), de gebeurtenissen van commentaar te voorzien. Dat die ballon een echt gevaar is, vernam ik. Laatst nog had hij bijna de pannen van het huis van monsieur Jean gerukt en men had ook al mensen uit de mand zien ‘vliegen’
 
Inmiddels kwamen de gestrande toeristen door de wijngaard geploeterd, camera rond de hals en zwaar teleurgesteld omdat ze die mooie plaatjes die ze gepland hadden, niet hadden kunnen maken en omdat hun zondagse kleren niet ongeschonden waren gebleven bij de onelegante evacuatie van de mand.  
 
Het leek erop dat iedereen ontevreden was, de kapitein om de scheur in zijn ballon, madame Leduc omdat ze het bijna slachtoffer was van een bijna ramp,  de ballonvaarders omwille van hun mislukte reis….. maar meest ontevreden was de wijnboer.
Tenminste, dat vermoed ik. Hij heeft het niet met zoveel woorden gezegd maar het feit dat hij temidden het tumult plots met de tractor kwam aangereden en de besproeiing van de wijngaard aanvatte waardoor iedereen op de vlucht moest slaan, lijkt mij toch een niet mis te verstane hint.
 
IMG_5907
Fruit, zondoordrenkt fruit is de rijkdom van le pays d’Apt.
Aardbeien, kersen, nectarines, perziken, abrikozen, meloenen, appels, peren en druiven volgen elkaar in snel tempo op en allemaal doorweekt van de zon. Geen wonder dus dat in le pays d’Apt de artisanale confituur- en andere fruitverwerkende bedrijfjes een belangrijke rol spelen in het economische leven.
Apt is de wereldhoofdstad van het geconfijt fruit en Kerry is de grootste werkgever in de fruitverwerkende nijverheid. Kerry is een paar jaar geleden overgegaan in Ierse handen en nu hebben de Ieren beslist dat de mensen sinds de crisis minder fruityoughurt eten en dat 170 arbeiders moeten afvloeien.
Dat pikken ze niet en dus staken ze.
Geen mensen gehuld in rode, groene of blauwe plastiekzakken hier, geen brandende autobanden. Neen, in het land waar de ronde punten echte tuinen zijn, zijn alle carrefours giratoires die aan de fabriek grenzen bezet door de stakende arbeiders.
De spandoeken zijn bevestigd aan de struiken, de parasols zijn opgezet en de picniquetafeltjes uitgestald. De mensen zitten op klapstoeltjes een pastis te drinken of liggen te zonnen midden het ronde punt.
En dan zie je dat met lede ogen aan en dan denk je: “Wat jammer voor die mensen” maar je denkt ook: “Gelukkig kunnen ze deze fabriek niet verhuizen want het lekkerste fruit groeit hier.” en je denkt ook een klein beetje:” Zou er nu niemand van die werknemers die liggen te slapen op die ronde punten ervan dromen dat hijzelf werkgever wordt?”
 

Een teveel aan tuin- en plantenkunde zal men mij nooit kunnen verwijten. Zo was ik er steeds van overtuigd dat planten die veel zon krijgen hoog opschieten. Niets is minder waar. Het zijn precies zij die weinig licht krijgen die zich rekken om toch een beetje te kunnen zonnebaden.

Die kennis verwierf ik bij een eerder toevallige caféontmoeting in een naburig dorp. We stonden met een koffietje aan de toog van de plaatselijke bar tabac in het gezelschap van un jeune cousin die, laat ons zeggen, ietwat boven de gemiddelde Provençaal uitsteekt, toen een kort gezet  mannetje, waarvan het stemdebiet en -volume omgekeerd evenredig waren met zijn lengte, een klinkende intrede maakte.

Het bleek monsieur le maire lui-même te zijn.

Hij verzorgde zijn PR in de vorm van een rondje voor iedereen en kwam, pastis in de hand, ook bij ons een praatje maken. Hij ging face à face voor cousin staan, zei “Ohlala !”, nam de maat van ons gezelschap van kop tot teen en sprak toen, niet gehinderd door enig minderwaardigheidsgevoel omtrent zijn eigen gestalte en met een onvervalst provençaals accent, de gevleugelde woorden: “Jeune homme, quand ça pousse aussi haut, c’est que ça manque du soleil”

Dat ligt precies allemaal op zijn gat bij de blogmensen en de douchekapjes zijn ook uitgeblust.
Worden ze al begraven? Dan heb ik het perfecte rouwregister gevonden.
 

Mobiel condoleren.

 
Rouwregisters kennen we helaas allemaal. Je vindt ze in de kerk, in de rouwkapel, bij de begrafenisondernemer en voor overleden BV’s worden registers geopend in stadhuizen en op openbare plaatsen.
De nieuwe trend is het virtueel rouwregister. Niet zo vreemd eigenlijk, rouwbeklag op de plaats waar de dierbare graag verbleef en vermits we allemaal graag op internet verblijven…
Maar wat te doen als de overledene gewoon graag buiten op zijn veld zat onder de Provençaalse zon?
Huur dan een mobiel condoléancewagentje. Voor het open veld is een gesloten modelletje meest aangewezen. De boer die met zijn tractor passeert springt  van zijn machine, neemt zijn pet af, doet het deksel open, betuigt zijn diep medeleven met zijn collega boer die het land voortaan van de onderkant zal zien, sluit het deksel en zet zijn tocht verder.
 
Zouden er ook douchebestendige modelletjes bestaan, met een kapje op? 

img_56281img_56301