Het moet zowat een maand geleden zijn.

Toen we geheel volgens de wettelijke verplichtingen de tuin aan het debroussailleren waren, vloog van onder een eik een resem kleine gele vliegjes op. Die gele vliegjes verraden de aanwezigheid van truffels had Mr Fiou ons geleerd. Een truffel van eigen kweek, dat leek ons het perfecte ingrediënt voor het kerstdiner en dus plantten wij zorgvuldig een vlagje op de heilige plaats.

Vandaag was de sneeuw gesmolten en de grond ontdooid. Tijd om de zwarte diamant op te graven. Vol goede moed begonnen we aan de graafwerken. De plaats van het vlaggetje leverde niets op. “We kunnen er net zo goed twintig cm naast zitten.” bedachten we en zochten vlijtig verder, daarnaast en nog daarnaast en nog wat verder.

Geen truffel.

Bij gebrek aan een hond of een varken gingen we dan zelf plat op de buik gaan snuffelen op zoek naar die unieke geur. Dat was niet echt een deftig zicht. “Hoe diep zit zo een truffel eigenlijk?” vroeg B. Enig gegoogel vertelde ons dat een truffel één tot vijftien cm onder de grond zit. Die putten van een halve meter konden we dus terug dichtgooien. Een namiddagje graven leverde ons veel stenen, mierennesten en allerlei onbekend aards leven op maar geen truffel.

Mr Fiou heeft ons een fabeltje verteld besloten we. Bestaat die truffelvlieg wel? Ja hoor, ze bestaat zegt internet maar je vindt ze enkel in de buurt van een rijpe truffel. We zullen dus nooit weten of we een maand geleden een unieke truffeloogst gemist hebben.

De truffelmarkt zal veel goed maken.

Truffeloogst van iemand die er  wel verstand van heeft.
Advertenties