In de kunstgalerij waar ik regelmatig over de vloer kom was er laatst een video-installatie te zien van een jonge kunstenares. Ik was de enige bezoekster in het videozaaltje en ik werd getrakteerd op een stomme – in de zin van geluidsloze – zwart/wit film.

Ik kwam niet voor deze installatie en had dus geen feedback, maar de film beviel me. Een registratie van banale situaties in het dagelijks leven, doordeweekse mensen en toestanden. Het komen en gaan in een stationsbuffet.  Een soort Man bijt hond, maar dan kunstzinnig, u kent dat wel. Een film zonder klank. Met ondertiteling.

Dat had de kunstenares goed gezien. Ik bedacht dat ze afwezigheid van klank bewust gekozen had om ons te laten mediteren over het leven. Een bespiegeling van de tijd, plaats en cultuur. Stilte. Repetitie. Ritme. Banale dialogen weggefilterd nét om ons laten stil te staan bij de banaliteit van de dialogen en de situaties, waardoor de film volledig op de kracht van het beeld moest drijven. Zeer zeker had de auditieve uitschakeling de bedoeling het visuele aspect beter te assimileren. De verbinding die normaal gezien ontstaat tussen klanken en geluiden met onze gedachten en emoties werd op deze manier volledig geëlimineerd. Ja, de kunstenares wou vast en zeker ook vermijden dat de geluiden, die ons normaal gezien extra informatie bieden en het beeld dikwijls een andere lading geven, geen stoorzenders zouden zijn. De stilte zou ons in alle vrijheid toelaten een eigen interpretatie aan de beelden te geven. De afwezigheid van set-noice of omgevingsgeluid biedt de mogelijkheid aan ons,  de toeschouwer, om individueel en ieder voor zich de gewenste sfeer op te roepen, in te vullen naargelang de persoonlijkheid van de kijker. We konden niet terugvallen op ons gehoor en het geluid, die ontegensprekelijk manipulators zijn die doorgaans onze kijkervaring verstoren of beïnvloeden. De stilte zelf als geluidsmiddel. Kunst met een missie, onmiskenbaar.

Al zeker een tiental minuten was ik de film gebiologeerd aan het bekijken, dit alles overpeinzend, toen er nog een bezoeker het kamertje binnenkwam. Hij bleef in het deurgat staan en liet na dertig seconden het gordijn alweer achter zich vallen. Weg. Cultuurbarbaar, dat zag je zo. Duidelijk geen kaas gegeten van kunst.

Vijf minuten later – ik zat nog steeds geboeid te kijken en creatief de stilte te interpreteren – kwam hij terug met de galeriehouder. Ik hoorde termen vallen als”kapot”, “mankement” en “geen klank”. Er werd wat geprutst aan de installatie, iets werd hersteld, de film werd herstart. Met geluid.

Advertenties