Onder de indruk als ik was van de magie in “Kleine zielen” van Kristien Hemmerechts zo onberoerd bleef ik  tijdens mijn bezoek aan Lisieux. Het was weliswaar geen pelgrimstocht die me naar dit bedevaartsoord bracht, maar een weekendje uit in Normandië.

De basiliek waar zich het reliekschrijn bevindt van de Zalige Louis en Zélie Martin, de ouders van Thérèse, is nog geen honderd jaar oud en heeft de uitstraling van een industriële loods, koud en steriel. Hier vind je geen imposante beeldhouwwerken of verfijnd houtsnijwerk, wel zijn de muren bekleed met mozaïeken die het leven en de boodschap  van Thérèse uitbeelden.  Maar deze bekoren, ontroeren of overweldigen niet, ze zien er eerder  uit als kleurrijke maar onderhoudsvriendelijke badkamertegels. Het magisch gevoel ontbreekt , binding met de geschiedenis is er niet. Er is geen  verwondering om onvatbare menselijke ambitie en vernuftige  inspanningen om dichter bij het goddelijke te komen, geen steunberen, luchtbogen of koepelgewelven hier en   geen bouwmeesters die hun tijd ver voorruit waren. Weliswaar is het een van de grootste kerken uit de 20ste eeuw, maar de betonstudie stond dan ook al goed op punt.

Waarom moest dit prestigieuze bouwwerk er eigenlijk komen? Dat vraag ik me af. Volstond de kathedraal Saint-Pierre dan niet, een van de mooiste gebouwen in Normandisch-gotische stijl uit de 13de eeuw? Waarom kan men de heilige Thérèse niet herdenken in de kerk waar zij elke zondag de mis bijwoonde en haar roeping ontving? Of moest dit bedevaartsoord wedijveren met een ander religieus pretpark? Alles is nep in het Heiligdom van Lisieux, niets is authentiek in dit katholieke Disneyland en de souvenirshop doet gouden zaken.

Ook een bezoek aan het klooster de Karmel stelde teleur. Van het authentieke kloosterleven krijg je niets te zien. Je krijgt er een parcours in een modernistisch bezoekerscentrum  voorgeschoteld dat eindigt in de kloosterkapel. Maar ook deze is niet meer in oorspronkelijke staat, ze werd vergroot toen het stoffelijk overschot van Thérèse er werd overgebracht na haar zaligverklaring. Thérèse  wordt er voorgesteld op haar sterfbed  door een wassen pop met het kloosterkleed van de Karmel. Veel mensen denken dat dit het intact gebleven en gebalsemde lichaam is van de Heilige. Haar stoffelijke resten  zitten echter gewoon onder de stenen sokkel. Goedgelovige pelgrims zien deze mededeling, achter het hoekje,nogal eens over het hoofd.

Hierna heb ik het woonhuis van de familie Martin, de Buissonnets, gewoon links laten liggen. Het zou me verwonderen dat de historische feiten daar nauwgezet gescheiden zijn van de religieuze fantasie. Ook het diorama, het wassenbeeldmuseum met figuren die scenario’s uit het leven van de Heilige Thérèse uitbeelden, heb ik gelaten voor wat het was.  Mijn reispartner kreeg inmiddels last van te veel college-déja-vu’s en de magie was toch al op katholieke wijze vakkundig de nek omgedraaid.

LET4_G8K26OOIA_1+FLET_lisieux2

Advertenties