Nemen we dan afscheid van de liefde 

 

Paul Baeten Gronda

 

Ik denk dat ik niemand oneer aandoe als ik Paul Baeten Gronda een kruising van Dimitri Verhulst en Herman Brusselmans noem, maar de personages zijn minder proletarisch dan bij de eerste en het universum herkenbaarder dan bij de tweede.

 

Het hoofdpersonage, de jonge Max Eugène Venkenray is een heerlijk sinicus, van het soort niet zonder diepgang, waar men paradoxaal genoeg vrolijk van wordt. Hij woont op hotel, niet omdat hij dakloos is maar wel thuisloos. Misantroop ook, maar of dit het gevolg is van de tot mislukken gedoemde relatie van zijn ouders en de dood van zijn broertje of een aangeboren persoonlijkheidstrek weet ik niet. Dat doet er echter niet toe want de intelligente jongeman doet niet aan introspectie en is niet op zoek naar zelfinzichten. Hij observeert en becommentarieert zijn omgeving met een vlijmscherp gevoel voor humor.

 

Als men op het einde van vorige eeuw al van een fin-de-siècle gevoel kan spreken, vindt men het zeker in het boek. Existentialisme in merkkledij. Het bestaan is zinloos en absurd, vooral als je broer een kunstenaar is die iets met cavia’s doet, maar daarom moet men zichzelf geen kwaliteitshemd ontzeggen. Heavy metal is een muziekstijl en geen levensstijl, die laat men zich door niemand opleggen, je kan tegelijkertijd ook van country houden. Een eclectische en maniëristische manier van leven, zeg maar. Al weet ik natuurlijk niet waar u uithing in de jaren negentig.

 

Dame nel sprak eerder over de jonge schrijver als een groen blaadje. Wel ja, ‘En laten we nu afscheid nemen van de liefde’ is een fris boek en smaakt naar meer.

Advertenties