Ik heb heel veel respect voor wie vandaag nog de stiel van beenhouwer wil uitoefenen. Fors investeren in modern atelier en winkel en werken van ’s morgens vroeg tot ‘s avonds laat. Nooit tot morgen uitstellen wat je vandaag nog kan doen, want vers vlees verdraagt dat niet.

Mijn vertrouwde slager levert prima vlees en is van het introverte type. Toch heb ik hem wel eens betrapt op enig gevoel voor cynische humor. Maar omdat hij die eerder binnensmonds vanachter zijn kapblok beoefent durfde ik daar nog nooit op te reageren..

Gisteren kwam daar verandering in. Een plaatselijke roddeltante had het over een zekere Chantal, Chantal die van haar man weg is en Chantal die een ander heeft. “Jij kent Chantal toch?” vraagt ze de slager. “Natuurlijk ken ik Chantal” antwoordt hij droog “die komt hier regelmatig om twee kotelletjes!” Babbelkous vat het niet en roddelt onverstoord verder.

Boven de toonbank kruist de blik van de slager die van mij. Wij kijken elkaar lachend aan. “En nu moet je nog een hond kopen zeker?” vraag ik fijntjes. Roddeltante kijkt me niet-begrijpend aan. Slager schaterlacht en knipoogt naar me.

Hemeltje, sta ik hier nu te flirten met de beenhouwer? Zou ik straks nog twee kotelletjes durven vragen?

(‘Van vlees en bloed’ donderdagavond op TVéén)

Advertenties