In Coustellet is er van april tot november iedere zondagochtend boerenmarkt. De plaatselijke kwekers etaleren er op grote of kleine schaal de vruchten van hun arbeid. Stalletjes met uien en look, een laadbak vol meloenen, torens van plateaux de cérises, netjes gerangschikte fleurs de courgettes, ze staan allemaal te pronken en de waren vinden gemakkelijk de weg naar de rieten manden van de gretige kopers.

In de marge van deze populaire marché paysan zagen we met de jaren steeds meer winkeltjes en horecazaken ontstaan die een graantje willen meepikken van het succes van dit wekelijks gebeuren. De terrasjes doen het goed maar de souvenir- en andere winkeltjes is meestal geen lang leven beschoren.

Een goed jaar geleden zagen we een nieuwe blinkende winkel met op het uithangbord in kaligrafische letters “Délicatesses”. We versnelden onze stap om een inventaris te maken van de heerlijkheden die in onze manden zouden belanden.

Bij het bestuderen van de vitrine vielen onze monden open van verbazing. De pata negra hammen hingen met tientallen aan het plafond, wijnflessen met klinkende namen en prijzige kaartjes lagen torenhoog gestapeld. De flessen Bollinger stonden naast dure Iraanse kaviaar opgesteld en de truffelmand was tot de rand gevuld. We controleerden of we wel degelijk in een boerengat op een boerenmarkt stonden en we hadden zo onze bedenkingen over de slaagkansen van deze winkel. Ook in deftigheidstermen uitgedrukt is trop teveel.

In de maanden daarna volgden we met belangstelling de evolutie van de delicatessenzaak. We zagen dat je er dure broodjes met ham kon eten en je kon topwijnen drinken aan een nieuwe wijnbar. Later werden de delicatessen mondjesmaat vervangen door keukengerei dat je moet helpen om helemaal in stijl deze exquisiteiten te savoureren: truffelschaven, porseleinen bordjes, serviesjes om foie gras te serveren, zilveren stoppen voor je flessen….

Toen begin deze lente de markt haar activiteiten hervatte, was één van onze eerste bekommernissen: “Hoe zou het nog met de delicatessen zijn?”  We werden meteen uit onze onwetendheid gehaald: ‘Liquidation totale’ schreeuwden fluoletters op de vensters.  Zo een liquidation was misschien een gelegenheid om een aardigheidje op de kop te tikken en dus stapten wij de winkel binnen.

We keken wat rond en ik maakte B opmerkzaam op een ‘Carnet de cuisine van Geert Van Hecke’. Dat was de man die achter de toonbank stond niet ontgaan en volgend gesprek ontspon zich:

Hij: U bent Belgische
Ik: En U klinkt als een Nederlander
Hij: Klopt
Ik: Baat u deze zaak uit?
Hij: Dat kan je wel zeggen, ja
Ik( totaal overbodig): Houdt u ermee op?
Hij: Ja, ik ga naar Spanje
Ik: Oh!
Hij: Mij zien ze hier niet meer terug.
Ik: Hoe komt dat zo?
Hij: Omdat Frankrijk een pokkenland is, daarom. Ze weten nog geeneens wat goeie dingen zijn.

De man is vertrokken uit pokkenland en niemand lijkt hem hier te missen. Ik hoop van harte dat Spanjaarden wél weten wat lekker is.

Advertenties