Oker vraagt herinneringen. Min vijf jaar. Dat zijn ze, gegarandeerd, want in dat jaar zijn we verhuisd.

  • De koning zou van Geraardsbergen naar Aalst rijden. Op een dag. Dat was bekend gemaakt in de pers. Wij woonden in een klein dorpje op die provinciale weg. Samen met mijn buurmeisjes Hilde en Godelieve die toen toch wel tien of twaalf jaar zelfs waren stonden wij aan hun huis met spanning uit te kijken. Ik had mijn mooiste jurkje aan, heel deftig, én een ruiker bloemen in mijn kleine handjes. Van onze buren denk ik, want mijn moeder, die had daar geen tijd voor. En ja, wonderlijk, de koninklijke escorte kwam er aan, de buurvrouw hielp me mijn armpjes met de bloemen zwaaiend uitstrekken en ja, het wonder gebeurde. De koninklijke limousine stopte zomaar onderweg én midden op straat, raampje ging naar beneden en ik mocht de bloemen afgeven aan Koningin Fabiola. Wat een sprookje. Dagenlang werd er nog over nagepraat en het bedankingskaartje dat de buren later kregen werd maandenlang gekoesterd.
  • In hetzelfde dorp hadden mijn ouders hun eerste café. Naast de blinde gevel van het café liep een veldweg. Net breed genoeg om met kar en paard door te rijden. Ik zat dikwijls op de bank, die zich uitstrekte over de hele lengte van die blinde muur, aan een tafeltje met de pop te spelen. Aan de muur hing een rekje met Duitse bierpotten, als decoratie. Op een dag zit ik weer braaf aan een tafeltje net onder dat rekje. Er rijdt een voertuig door die veldweg (een tractor?) en de trillingen zijn zo groot dat de potten van het rekje vallen. Ze vallen op mijn hoofd. Paniek. Brokken. Bloed. Black-out, ik weet niet meer wat er toen gebeurde. Wat ik wel weer weet is dat ik, met een verband rond mijn hoofd, ‘ s avonds van de leverancier van chocolade en chips, Reneeken, een opgezet eekhoorntje krijg. Kraakje Pluimstaart als troost. Het beest staat nog ergens bij mijn ouders thuis meen ik. In de kelder ofzo.

reneekechocolat anno 1968

  • Blitterswijck, Nederland. Ik loop langs de oever van de Maas met Nederlandse kinderen. Buren van onze Nederlandse familie. Kinderen uit een groot warm en oerdegelijk Hollands nest. Ze wonen in een gezellige Nederlandse boerderij, ik zie het nog helemaal voor me. De oever ligt vol keien. Ik raap er een op, een bruine, en neem hem mee. Schitterdend, geluk, blijdschap, vreugde, warmte. Dat zijn de gevoelens die ik me herinner. Ik heb de kei nog steeds. Iemand (ik?) heeft er ingekerfd: 1962. De steen is ondertussen galdgepolijst door het vele vastnemen. Het symbool voor meer dan veertig jaar liefdevolle en intens gelukkige herinneringen aan het Nederlandse deel van mijn opvoeding.

Update: het mochten er vier zijn!

  • We komen van Nederland en onze stop is Diest, De Warande. Ik mag zwemmen. In het water vlak bij me drijft een dikke kaka. (Het blijft me nog steeds een raadsel hoe mijn ouders dit in één dag klaarden: naar Nederland via Bxl, Leuvense Steenweg (nog geen sprak van een ring of E40), Leuven, Aarschot, Diest, Leopoldsburg, Venlo. Minstens 3,5 u. Bezoek. Terugkeer idem. Stoppen in Leopoldsburg want daar was mijn vader ooit gekaserneerd en dat zullen we geweten hebben. Stoppen in Diest, wandelen en zwemmen, mosselen eten aan het station in Leuven en dan richting huiswaarts.)

Advertenties