Het heeft veel weg van een virus, die passie voor de Provence. Het is uitermate besmettelijk en de symptomen zijn blijvend. Wie immuun is zie je hier nooit meer terug maar besmette mensen blijven kleven. Zo ook een dierbaar nichtje.

Toen ze hier landde met haar verloofde kreeg het jonge koppel een ware coup de coeur waaruit een nieuwe droom ontstond: trouwen in een oud kerkje in een authentiek Provençaals dorp. Hun plan werd enthousiast onthaald en iedereen ging aan de slag.

Omdat ons dorp wel een kerkje heeft maar geen pastoor, togen de trouwlustigen om info naar het gemeentehuis. Daar waren ze meteen getuige van een mooi staaltje cumul. Het gemeentehuis doet ook dienst als postkantoor en daarom staan er twee burelen netjes zij aan zij. Een vlijtige dame informeerde vanachter het linkse bureel:

“C’est pour la mairie ou pour la poste?”
“Pour la mairie, Madame”
“Un instant s.v.p.”
De dame stond prompt op, nam plaats achter het rechtse bureau en zei:
“Je vous écoute”

Onze trouwers leerden dat één pastoor twaalf omringende dorpen bedient, bedachten dat ze hun trouwbeloften toch liever in hun moedertaal uitspraken en begonnen een zoektocht naar een nederlandskundige gezant van God. Snel bleek dat er heel wat geestelijken met pensioen, geloven dat God echt in Frankrijk woont zodat ze, waarschijnlijk uit pure geloofsovertuiging, hun oude dag in zijn nabijheid komen slijten. De pastoorskwestie was derhalve snel geregeld en voor de praktische afhandeling konden ze in het dorp terecht bij een deftige dame die de honneurs van het kosterschap waarneemt
.
Wat hadden ze nodig?

  1. Een klokkenluider: iemand die aan de touwtjes trekt. Links voor de ding, rechts voor de dong. Op een inderhaast bijeengeroepen familieraad die tot in de vroege uurtjes duurde, werd de klokkenluider met eenparigheid van stemmen verkozen.
  2. Een extra ruiker bloemen om tijdens de plechtigheid aan de voeten van la Sainte Vierge te deponeren om vruchtbaarheid af te smeken, iets wat in hun geval wel eens broodnodig zou kunnen blijken.

Na enig gefrons omtrent deze laatste opmerking volgde een interessante verklaring:

Het is not done om te trouwen in de maand mei. Mei is de maand van la Vierge en precies in die maand slordig omgaan met la virginité zou een risico oP onvruchtbaarheid kunnen inhouden.

Ofwel was er een probleem met la virginité ofwel geldt deze regel niet voor allochtonen want nog geen twee jaar later verwacht het mooie koppel een tweede kindje.

Na veel georganiseer en enkele ware de Funèstoestanden later, stond op een mooie zomerdag in mei, een per TGV afgeleverde lading deftige dames en heren langs de kant van de weg te applaudisseren voor een stralende mariée die, op hoge hakken en aan de arm van haar fiere vader, la montée vers l’église aanvatte, begeleid door de klanken van onze zelfgeluide klokken. Het werd een memorabele, zeer geslaagde dag en we blijven C&C dankbaar voor de fijne herinneringen die sinds die dag onlosmakelijk verbonden zijn met dat kerkje.

Dat er een week later een collectebus stond “pour l’electrification des cloches” hebben we straal genegeerd. Nieuwe touwen: à volonté maar elektrische klokken: jamais. Al weten we natuurlijk niet of het feit dat het dingtouw het begeven had door het enthousiasme van onze klokkenluider, aan de basis lag van deze collecte.

Foto van de veelzijdige mairie en van de ding en de dongklok

Advertenties