april 2008


Mijn mening over ‘stoute’ vrouwen, of liever over de term, is bekend, daar wil ik het nu niet over hebben. Zelfs niet over het feit dat De Standaard nu ook al het ondeftig woord chiklit’ bezigt en de vrouwenliteratuur kwistig rondstrooit. Ik wil een vergeten categorie literatuur onder de aandacht brengen, ik heb het voor het gemak en geheel naar de trend van de laatste jaren seclit genoemd (second hand literature). Bekt even erg als het andere. Probeert u maar even. (Zeg nu luidop: “chicklit, seclit”)

Bij mijn talrijke bezoeken aan verschillende kringloopcentra in Oost-Vlaanderen en Vlaams Brabant ben ik namelijk tot de vaststelling gekomen dat er vreemd genoeg een gelijkaardig aanbod boeken is. Het zijn steeds dezelfde titels die terugkomen. Van een aantal boeken weet ik uit ervaring dat ze je ooit als “kroonboek” toegestuurd kreeg door een bepaalde boekenclub wanneer je vergeten was een bestelling te doen. Ze liggen bij mij ook nog ergens op zolder. Met het cellofaan er nog rond. Auteurs die ook overal terugkomen zijn de millionsellers. Een mens beseft nu waarom, ze worden gewoon in grote getale aangekocht en weer van de hand gedaan.

Als een doorgewinterde onderzoeksjournalist ben ik met mijn notaboekje en pen in de hand op pad gegaan en heb de afgelopen weken een zevental kringloopcentra bezocht. Ik ben aldus tot de onderstaande top tien gekomen.

  1. Konsalik – diverse titels
  2. Catherine Cookson – Waar liefde overwint
  3. Judith Kranz – Dochter van Mistral
  4. Harold Robbins – Hart zonder toegang
  5. James Clavell – Shogun
  6. Colleen Mc Cullough – De Doornvogels
  7. Kathleen Woodiwiss – Als rozen weer bloeien
  8. Mary Higgins Clark – Geen tranen om een actrice
  9. Barbara Cartland – Omnibus 2. Roulette om een hart / Liefde is geen smokkelwaar
  10. Laurie McBain – Op golven van geluk/Tranen van goud

Wedden dat er bij minstens één naam of titel van dit lijstje bij iemand een belletje gaat rinkelen? Liefde, hartstocht, bedrog, ontrouw, passie… het verkoopt. De auteurs in de lijst zijn bijna allemaal schatrijk geworden door de wereldwijde massale verkoop van hun boeken.

Maar waarom liggen al deze boeken dan in de kringloopwinkels?

Daar zaten we nu echt op te wachten.

update: moet er weer een tekeningetje bij ja?
Langer dan 10″ naar het filmpje kijken want het is niet het origele reclamefilmpje voor de Wii Fit – al lijkt dat wel zo in het begin – maar een hilarische parodie.

Alhoewel de deftige dames zichzelf niet graag blootgeven,
zullen ze vandaag toch een tipje van de sluier lichten.
Dat ze deftig waren wist u al, maar alles wat u ooit wilde weten
maar niet durfde vragen vindt u vandaag in deze quiz!

DE ORDE ONTBLOOT
(klik hier voor deelname)

PS: op het hoofd van onze kinderen zweren we de waarachtigheid van de antwoorden!

Minder deftige quizvragen vindt u bij

MENCK, SVEN, OSAHI, MIRTHE, MARGO, TANTIERIS, AIDA, CHELONE

Ik was zes in achtenvijftig. .

De wereld was ons dorp, geen televisie, nog niets gelezen. Te jong om er iets van te begrijpen, maar oud genoeg om impressies te vangen die nooit meer zouden vervagen.

We zaten in de wagen met allemaal hetzelfde gesteven kleedje aan en we knepen in elkaars handjes om de spanning te delen voor ‘de wereldreis’. Alleen al de parking was een reis waard. Ik had nog nooit meer dan 3 auto’s samen gezien en nu stonden er een miljoen.

De bewondering voor mijn vader was grenzeloos, want hij wist de weg.

Op de expo zag ik voor het eerst een mensenzee, een miljard mensen. Met open mond vergaapten wij ons aan hele ‘rare’ gebouwen en vooral de punt (pijl van de burgerlijke bouwkunde) sloeg ons met verstomming. We waren blijkbaar oud genoeg om aan te voelen dat dit een wankel evenwicht was en natuurlijk vergrootte mijn vader de spanning door te roepen : “Pas op, pas op, ze valt!”

Expo was ook synoniem van ijsjes, een blokje met vanille, aardbeien en chocolade tussen twee wafeltjes. We zaten te smikkelen op de trappen van die reuzenfontein. We hadden nooit eerder een fontein gezien, laat staan een miljoen dansende fonteinen. We slopen steeds zo dicht mogelijk bij het water om dan verschrikt weg te lopen als het water onze richting uitkwam. Mijn moeder keek nauwlettend toe dat onze kleedjes deftig bleven en dat we niet verdwaalden. “Elkaar een handje geven” zei ze steeds. Boven onze hoofden zaten mensen in gondeltjes aan een kabelbaan te zwaaien. Een téléferique…. het zoveelste wereldwonder.

Rondom ons heerste een babylonische spraakverwarring, een miljoen vreemde talen hoorden we. We hadden nooit eerder een andere taal gehoord……

We gingen ook binnen in al die rare gebouwen en van alles wat we zagen, hadden we nog nooit iets eerder gezien. Het gevoel van een oermens die plots in de éénentwintigste eeuw wordt neergezet, zal waarschijnlijk onze verbazing benaderen.

Een eigenaardig gevoel kreeg ik in het paviljoen van Belgisch Congo. We wisten toen al dat er zwarte mensen bestonden want in de kleuterklas verzamelden we zilverpapier ( weet iemand waarvoor dat diende?) voor de zwarte kindjes. En toen zagen we hen echt, in huttendorpen nagebouwd in het oerwoud. Achteraf wijd ik dat rare gevoel aan het feit dat hier mensen tentoongesteld werden en geen dingen. Plots zagen we met eigen ogen dat er rassen bestonden, in mijn dorp had ik vijftig jaar geleden nooit een gekleurde mens gezien.

Dank zij de expo kreeg het woord ‘wereld’ een betekenis in een kinderhoofd. Expogevoel betekent voor mij verbazing en ongeloof maar bovenal een complete verwondering die ik later nooit meer heb ervaren. Al onze zintuigen werden gelijktijdig overstelpt met een miljoen nieuwe ervaringen.

Die verjaardagsviering is dus super, al wat je er over hoort en ziet trekt een schuifje open in je memorie en bovendien, ik ben bij de jongsten.

Fijn gevoel nog eens bij de jongsten zijn, ook al is het bij de jongsten met expoherinneringen.

(Met excuses van madame commentatore die verantwoordelijk was
voor de publicatie van dit artikel en twee dagen te laat is)

Conversatie 1

Is het lang geleden dat je bij Tante Tinne was?
Neen, gisteren nog. Maar ’t was de eerste keer na de laatste keer dat ik er geweest ben.

Conversatie 2

Marcel is gisteren het gras komen maaien.
Marcel? Tiens, werkt die niet meer bij het ziekenfonds dan?
Bwa ja.
Ah, die doet dat na zijn uren misschien?
Bwa, ik denk dat niet hoor, ’t was na de noen.

Zou het de leeftijd zijn of zit het gewoon in de familie?

(* maar het konijn vond van niet)

Ik ben echt geen voorstander van het censureren van cultuur. De feminatheek van Louis mogen ze voor mijn part in de plaatselijke bibliotheek uitlenen en het weren van Vitalski in een provinciaals cultuurcentum vind ik barbaars. Maar er zijn grenzen. Deftige grenzen.

Daarom gaat het douchekapjeXL* van de week naar de cabaretière Els de Schepper.

De vaginamonologen

in de Vismijn te Nieuwpoort

zaterdag 19 april

                    

*”Douchekapje van de week” wordt uitgereikt aan personen, bekenden of onbekenden, die een opmerkelijke uitspraak deden. Hij bestaat in 2 uitvoeringen: het “Douchekapje” voor deftige uitspraken en “Douchekapje XL” voor ondeftige uitspraken. De gelukkige ontvanger van dit laatste kan het dan meteen helemaal over  zijn hoofd trekken!

                             

 

 

 

 

Soep is alledaags. Soep is niet veel soeps, behalve als ze uit Marseille komt.

Dan is het geen soep meer, dan is het Bouillabaisse. Let u vooral op de uitspraak en zeg: boei a bess. Het vaak gehoorde boei a beize, ontneemt aan deze zeer hoogstaande soep meteen haar deftige status en brengt sommigen op gedachten die ongepast zijn voor dit blog.

In den beginne bereidden de vissers op het strand soep met zeewater en vis die ongeschikt was voor de verkoop. De oorsprong van het woord bouillabaisse zou zijn: bouillir et baisser, koken op hoog vuur en dan op laag vuur.

Nu zouden Provençalen geen Provençalen zijn als ze er niet in slaagden om alledaagse dingen tot kunst te verheffen. Zo komt het dat je vandaag in Marseille een heuse ‘Ecole de la Bouillabaisse’ aantreft. Amateurkoks die er prat op gaan een echte bouillabaisse op tafel te zetten, zouden dus beter eerst onderzoeken of hun gerecht niet eerder een doodgewoon vissoepje is.

Want ja, deftige gastronomen, er bestaat een ‘chartre de la bouillabaisse’. Dit handvest bepaalt ondermeer dat het gerecht altijd op twee schalen wordt opgediend. Een bord voor de bouillon en een bord met de vissen in hun geheel. De vis wordt steeds in aanwezigheid van de gast versneden. Sommige vissoorten zijn verplicht, andere zijn facultatief en nog andere zijn absoluut not done. De soep moet vergezeld zijn van broodkorsten die met knoflook worden ingewreven en van de obligate rouille. Je drinkt er bij voorkeur een witte wijn uit Cassis bij.

Een schoolvoorbeeld van échte bouillabaisse is die van Le Miramar in le Vieux Port van Marseille. De vissoorten die men daar gebruikt zijn onder meer rascasse (schorpioenvis), zeebarbeel, zonnevis, pieterman, zeeduivel en grauwe poon. Hun recept is authentiek.

Ons favoriete adresje is “Nino” in Cassis (zeg kassíe).
Cassis, tien km ten oosten van Marseille, is hemels.
Kies bij voorkeur een zonnige winterdag en reserveer op het terras. Reserveer ook de bouillabaisse, parce que le poisson, ce n’est pas toujours facile.

Daar zit je dan, met zicht op het romantische haventje. Op de kaaien slijten vissers hun vers aangevoerde koopwaar. In de winter geen glimmende torso’s en mannen in singlet, maar deftige dames en heren die, jas over de arm, kuieren met het gezonnebrilde gezicht hemelwaarts gericht om van de zon te drinken.

Af en toe schuift in gemoedelijke traagheid, een toeristenboot de haven uit. Toeristische trekpleisters krijgen vaak het predikaat: te mijden. Cassis is de uitzondering. Je moét op die boot stappen voor een tochtje langs de Calanques. De Calanques zijn de fjorden van het zuiden, ze zijn van een betoverende vijfsterren schoonheid. Deze van het net geplukte foto’s geven je een idee.

Als er sterke mistral staat en je bent net chez Nino gepasseerd, riskeert de boottocht ongewenste effecten te hebben en zal de schoonheid van het landschap misschien iets minder indruk maken. Je komt immers redelijk voldaan buiten chez Nino. Als men voor de derde maal je bord komt volscheppen, negeert men je “non merci” met een simpele “allez madame”, terwijl de chef himself je komt aanmoedigen en de lof zingt van de vis die rechtstreeks uit de zee op je bord is gesprongen.

Bon appétit.

Volgende pagina »