Het leven zag er schoon uit. De croissantjes waren verrukkelijk en we waren bijzonder goedgezind om de simpele reden dat we later op de dag de gemeentebelastingen zouden gaan betalen.

Ja, ook op je bank tussen de rozemarijn en de lavendel weet men je te vinden maar dat stemde ons bijzonder vrolijk, niet enkel omdat we zeer tevreden zijn over de manier waarop ons geld besteed wordt, maar vooral omdat het ritje naar de Trésaurie de Gordes een feest is voor je zinnen.

Gordes

Op weg naar de trésaurie rij je langs het plaatje dat wereldwijd de Provence moet promoten en zo kan het gebeuren dat je verstrikt geraakt in hele ladingen Japanners en Amerikanen die zelf worstelen met de meest gesofisticeerde fotoapparatuur.

Eens in het ontvangkantoor met zicht op de heuvels aangekomen, werden we op vriendelijke en vakkundige wijze van ons geld verlost zodat we de rest van de dag onbezorgd konden genieten. Daarvoor moesten we nog enkel een paar tijdschriften ophalen bij de krantenwinkel waar we alweer geconfronteerd werden met het internationaal karakter van dit dorp.

Guus en Truus waren er druk bezig met het uitzoeken van enkele postkaarten. In gemeenschappelijk overleg bepaalden ze het juiste aantal en ook over de kaarten waren ze het eens. Ze kozen voor de oh zo cliché maar oh zo heerlijke serpentines van paarse lavendel.

Toen werd het moeilijk. Truus dacht dat het beter was de kaart voor tante Miep in een omslag te steken en dus kreeg Guus de volgende opdracht:

” Guus vraag nou ook even een enveloppe voor die ene kaart”
” Nou Truus, ik weet helemaal niet hoe je enveloppe in het Frans zegt”
” Ik ook niet Guus, maar je redt het wel, vraag iets om te bedekken of zo”

Ik begreep meteen dat in deze situatie groot potentieel school en onderdrukte de deftige neiging tot behulpzaamheid.

Guus legde de kaarten aarzelend neer en terwijl de man achter de toonbank met potlood op een stukje papier de rekening maakte, waagde hij de sprong:

“Meshjeu, afez fous un couvercle?”

De man achter de toonbank onderbrak zijn rekenwerk, keek Guus recht in de ogen en vroeg onverstoord:

“Pour une casserole Monsieur?”

En omdat deze deftige dame op dat ogenblik werd afgevoerd met een onbedaarlijke aanval van slappe lach zal ik jullie nooit kunnen vertellen of tante Miep een kaart met of zonder enveloppe heeft gekregen.

Advertenties