Ik ben voor de herinvoering van meer spreuken en zegswijzen in onze taal. Deftige weliswaar.

Hoe kom ik hier zo op? Door – wat had u gedacht – een posting op een blog over Gerard. Gerard die het altijd gedaan heeft en Gerard die altijd de dupe is. Een goed bekkende naam, Gerard. Hoogstwaarschijnlijk moet er ergens eens een invloedrijke deftige dame een Gerard als huisgenoot gehad hebben waardoor ze te pas en te onpas in de openbaarheid zal verwezen hebben naar deze onhandige Harry (?! Neen, het was toch Gerard…) en zal dit door de goegemeente opgepikt zijn.

Maar, zo peinde ik verder, zijn er dan net zoals persoonsnamen, ook onder de fauna en flora sukkeltjes? Die de kop van jut zijn en te pas en te onpas gebruikt worden.

Apen. De aap komt uit de mouw. Al draagt een aap een gouden ring, het is en blijft een lelijk ding. Hier valt niets op aan te merken, terechte spreuken. Ik mijmerde verder. Apen… Rapen. RAPEN!! De vergeten groente. Ik kon er zo direct vijf bedenken. Te pas en te onpas worden ze gebruikt. Niet meer in de keuken, maar in onze taal.

Rapen doen het gat gapen. Dat hij (Gerard alweer?) hem een raap uittrekt. Hij heeft in mijn rapen ge****ten (niet voor publicatie op deze blog vatbaar). Rapen, een sch**t voor iedere beet die ik eet. De gare rapen voor iemand uit het vuur halen.

Buiten de laatste hoogst ondeftig allemaal, bij nader inzien. Niet voor dagelijks gebruik. Voor de terugkeer van rapen in de keuken ben ik wel te vinden, (tegelijk met de pastinaak, een vergeten smaak!) maar niet zo direct in onze woordenschat. De cruciale vraag is, waarom worden er net rapen geviseerd? En wie bedenkt een waardig alternatief?

Waarschuwing: alle schuttingtaal in de reacties zal onverbiddelijk verwijderd worden.

(Met een vette knipoog naar een blogcollega)

Advertenties