Ik heb een baan waarin ik me deftig moet gedragen. Niet intern, daar kan ik me wel uitleven, maar wel tegenover klanten en leveranciers. Formeel en correct, zo heb ik het trouwens ook het liefst. Het is niet omdat ik een deftige zotte doos ben dat ik dit moet invloed hebben op mijn werk.

Maar dan zijn er zo van die dagen, en dan kan het niet meer stuk.

Een telefoontje naar een nieuwe leverancier in Nederland, ik krijg een heerlijk uitbundige Hollandse dame aan de lijn. Na de gebruikelijke geplogendheden ontspint er zich een conversatie die als volgt eindigt:

Dus, mevrouw, zou u in de toekomst duidelijk de projectnaam op alle briefwisseling en in uw mails kunnen vermelden, zodat er geen enkele verwarring kan zijn?

(888 – inaudible) Vanzelfsprekend, geen enkel probleem, maar wat hebben we er nu op vermeld dan?

Smack

(888 – inaubible) Smack!!?? Oh, hemels toch!! Is dit niet goed gevonden van ons? (Met een aanstekelijke schaterlach). Waar zouden we dat vandaan gehaald hebben? Smack??!!

The pony
(O god, als een pavlov effect, droogweg en heel spontaan, wat zeg ik nu?)

(888 – inaudible) Oh!! Zàààààlig!!! Hihihihi!!! U kent dat, dat is gewéldig, niet!!! Wat een vrouwen, wat een humor! (Met nog een uitbundiger schaterlach)

Ja, heerlijk én geweldig! (En ik zit smakelijk mee te lachen)

Denkt u nu het ene stuk van de conversatie weg wegens onhoorbaar en snap waarom mijn collega me sprakeloos en onbegrijpelijk zit aan te staren (misschien er toch nog bij vermelden dat ze nog nooit gehoord heeft van “Smack the pony”).

Advertenties