Nemen we dan afscheid van de liefde
Paul Baeten Gronda
Ik denk dat ik niemand oneer aandoe als ik Paul Baeten Gronda een kruising van Dimitri Verhulst en Herman Brusselmans noem, maar de personages zijn minder proletarisch dan bij de eerste en het universum herkenbaarder dan bij de tweede.
Het hoofdpersonage, de jonge Max Eugène Venkenray is een heerlijk sinicus, van het soort niet zonder diepgang, waar men paradoxaal genoeg vrolijk van wordt. Hij woont op hotel, niet omdat hij dakloos is maar wel thuisloos. Misantroop ook, maar of dit het gevolg is van de tot mislukken gedoemde relatie van zijn ouders en de dood van zijn broertje of een aangeboren persoonlijkheidstrek weet ik niet. Dat doet er echter niet toe want de intelligente jongeman doet niet aan introspectie en is niet op zoek naar zelfinzichten. Hij observeert en becommentarieert zijn omgeving met een vlijmscherp gevoel voor humor.
Als men op het einde van vorige eeuw al van een fin-de-siècle gevoel kan spreken, vindt men het zeker in het boek. Existentialisme in merkkledij. Het bestaan is zinloos en absurd, vooral als je broer een kunstenaar is die iets met cavia’s doet, maar daarom moet men zichzelf geen kwaliteitshemd ontzeggen. Heavy metal is een muziekstijl en geen levensstijl, die laat men zich door niemand opleggen, je kan tegelijkertijd ook van country houden. Een eclectische en maniëristische manier van leven, zeg maar. Al weet ik natuurlijk niet waar u uithing in de jaren negentig.
Dame nel sprak eerder over de jonge schrijver als een groen blaadje. Wel ja, ‘En laten we nu afscheid nemen van de liefde’ is een fris boek en smaakt naar meer.
5 maart 2009 at 7:08 pm
Ligt hier al meer dan een week op mijn stapel om aan te beginnen!
5 maart 2009 at 10:11 pm
En kan u ons wat duiden over de titel, beste Maggy. Het staat deftig als je weet waarom we afscheid nemen van de liefde.
6 maart 2009 at 2:09 pm
De titel wordt pas laat in het boek verklaard. Hij is gebaseerd op de woorden van de priester bij de begrafenis van de jongere broer van Max: “En nemen wij dan afscheid van Roy…”. Zijn broertje Roy was zijn maatje, zijn zielsverwant. De relatie met zijn ouders daarentegen is niet echt warm en hartelijk, zij liggen niet alleen in de knoop met zichzelf maar ook met elkaar. Ook de leefwereld van zijn ouder broer kunstenaar is de zijne niet, ze begrijpen elkaar niet. Het tragische ongeval van zijn broertje heeft deze mensen niet dichter bij elkaar gebracht, wel integendeel.
Ondanks deze intrieste titel is het geen boek vol zwartgalligheid en zelfbeklag. Max kruipt niet in de slachtofferrol, de anderen zijn evengoed slachtoffer van de omstandigheden. Ik denk dat de titel vooral onmacht uitdrukt, onmacht over de dood van zijn broer, maar ook onmacht over het leven zelf.
Al vind ik dat ik nu al te veel verklapt heb voor wie het boek nog wil lezen.