Smaragdgroen is ze, de Sorgue en ze wordt geboren uit het niets tegen de wand van de gesloten vallei, de vallis clausa, de Vaucluse. Langs idyllische plaatsjes zoekt ze zich een weg naar de Rhône.
De Sorgue met de kano afvaren stond op het verlanglijstje van la jeunesse en dus brachten we onze kroost naar de afvaartplaats. Omdat, wij moeders, het leven op zich avontuurlijk genoeg vinden zonder bootje, waren N en ik niet te overtuigen om plaats te nemen in zo een ding. Snel bleek echter dat we daar zelf geen inspraak in hadden en zo kwam het dat N en ik even later, deftig in fluoreddingsvest gehuld, aandachtig de aanwijzingen van de gespierde instructeurs zaten te volgen.
“Er zijn veel overhangende takken: nooit zijwaarts buigen, altijd plat naar voren gaan liggen om ze te ontwijken”, dat moesten we goed onthouden.
De afvaart begon en net op het ogenblik dat we een zweem van dankbaarheid tegenover onze kinderen voelden omdat ze ons hadden meegesleurd op deze mooie tocht, bood zich links een kanjer van een overhangende tak aan. Alsof het de olympische discipline synchroon zwemmen betrof, bogen N en ik naar rechts en ging het bootje over kop.
Tien minuten later, althans zo leek het, kwam ik weer boven water en zwom ontdaan naar de dichtsbijzijnde oever. De verkeerde oever, zo bleek. Ik zocht vertwijfeld naar N. En toen zag ik haar, even verder, bengelend boven het water, haar armen in een onontwarbare knoop om een tak heen geslagen.
Ondertussen was de rest van het gezelschap op de andere oever aangemeerd en nam stelling om de reddingswerken op de voet te kunnen volgen. Sommige ramptoeristen dierven het zelfs aan een fototoestel uit hun waterdichte trommeltje te halen. Omdat de oever waarop we ons bevonden ondoordringbaar was moesten we naar de overkant. Zelf mocht ik aanhaken aan een welwillende voorbijvarende kano en ik doorkliefde met ware doodsverachting het kolkende water en de stroomversnelling. N echter, leek vergroeid met haar boom.
Door de instructeurs werd ze aangemaand zich te laten vallen in het water en zich met de stroming te laten meedrijven, recht in hun armen.
” ‘k versto gè frans mè ” was het luidkeels antwoord van N. Het liet aan duidelijkheid niets te wensen en ze bleef verknocht aan haar boom. De stoere mannen hadden geen andere keuze dan zich met een bootje, tegen de stroom in tot bij N te worstelen en haar met vereende krachten uit de boom te plukken.
We blijven N dankbaar voor het lanceren van een nieuwe uitdrukking. ‘K versto gè frans mè, is sindsdien dé manier om duidelijk te maken dat je iets niet wil doen.
De Sorgue hebben we later enkel nog pedibus cum jambis verkend, en geloof me, dat is ook mooi.






27 augustus 2008 at 7:47 am
Dus jullie hebben Titaniekske gespeeld. Een kleine vraag trouwens, moet dat dierven geen durfden zijn?
Was getekend
27 augustus 2008 at 9:31 am
Dat mag maar dat moet niet, beste Vandepot.
Dierf is de ietwat deftiger vorm en verknocht aan de deftigheid als wij zijn….
28 augustus 2008 at 7:55 am
Dierven? Dieven!
Ziet u rechts onder op het mooie plaatje van Fontaine de Vaucluse het charmante witte bestelwagentje? Dieven. Ze dierven meer dan €10,00 vragen voor een pizza uit het vuistje. Maar wel lekker!
28 augustus 2008 at 9:31 am
Doplichters
28 augustus 2008 at 9:44 am
Ik eis dat dit artikel verwijderd wordt.
28 augustus 2008 at 9:45 am
Wij willen foto’s zien
28 augustus 2008 at 10:17 am
Wij willen ook foto’s zien. Vooral die uit dat waterdichte trommeltje.
28 augustus 2008 at 10:58 am
Me dunkt dat ik hier niet mijn armen en handen als peddels zou kunnen gebruiken, zoals die ene keer in de Ardennen dat het water zo laag stond dat ik me op de bodem kon vooruitbewegen met gebruik van hogergenoemde eigen peddels.
28 augustus 2008 at 1:19 pm
Maak je geen zorgen N, zolang we nog wachten op de paparazzi blijf je incognito.
29 augustus 2008 at 10:38 pm
Volgens mij is het: ‘K versto gè frans wè. Niet mè, dus.
30 augustus 2008 at 2:45 pm
Nee nee Menck. Dank zij een intensieve opleiding in het west vlams slaag ik erin onderscheid te maken tussen wè,mè,kè,gè…Ze bedoelde echt wel dat ze fransonkundig was geworden door het ongewenste boomverblijf.
En als West Vlamingen tegen mij mompelen: “gi mè joen vul tauëltje”, dan heb ik dat ook verstaan.
31 augustus 2008 at 9:00 am
Ik was verrast om in FdV een prachtig museum én jeugdherberg te vinden. Het kerkje en de zuil vond ik ook wel mooi. Trok er ook een vijftigtal foto’s deze vakantie. Wel heel veel toeristen.
31 augustus 2008 at 8:31 pm
Ja beste muggenbeet zo is dat hier in de zomer, veel volk, veel muggenbeten en weinig water.