Een eigenaardig fenomeen doet zich voor.
Ik weet niet of u het al gemerkt hebt, maar het laatste jaar is er een opvallende evolutie in het design van de winkelkar én in de omgang ermee.
Niet dat ik ze gebruik. Neen, een deftige dame laat zijn boodschappen thuisbezorgen en winkelt hoogstens met een nog net te verantwoorden mandje dat je elegant aan de arm kan laten bengelen. U ziet me toch geen kar duwen? Maar dat verhindert niet dat ik ze rond mij wel opmerk. Die storende ondingen waar vooral bejaarden zo handig mee omgaan. Bijvoorbeeld in het ze quasi ongemerkt aan de kassa tussen jou en de klant voor je wringen.
Het begon allemaal in Ikea. Hoogst zelden dat ik er een bezoekje breng, het moet nu zowat een jaar geleden zijn. Mijn gezel wou perse een koffie drinken en toen spotte ik voor het eerst de ondingen. Karretjes voor dienbladen. Verwondering, verbazing, lachen of huilen, ik wist niet precies welk gevoel nu precies de bovenhand kreeg. In elk geval was ik er niet goed van.
In eerste instantie probeerde ik nog vergoelijkend “wat een handig idee, karretjes voor de kindjes“, maar later bemerkte ik ze ook in Flunch, Lunchgarden en consoorten. (In tegenstelling tot Tante Annie kom ik in die etablissementen enkel omdat anderen me daartoe verplichten, ik verwijl daar nooit uit deftige vrije wil, dit geheel terzijde.) Ik moest – o gruwel – vaststellen dat ze voor volwassenen bedoeld waren. Belachelijk en idioot. Meer kan ik er niet van zeggen. Het is géén zicht. Ik zie me daar nog niet lopen met een rolator met drie dienbladen volgestouwd met voedingswaren boven elkaar. Als een sukkelende bejaarde. In de winkel zelf bemerkte ik het ridicule equivalent.
Maar wat ik toen nog niet vermoedde, dit was slechts het begin van het verval. Ik begon er op te letten en het drong langzaam tot me door dat de goede oude winkelkar (die ik dus, ik herhaal, niet gebruik) langzaam aan vervangen werd door een soortement plastiek afkooksel. Een lelijk object. Zelfs geen schattige of ontroerende lelijkheid meer. Neen, doodgewoon afzichtelijk.
Op het moment dat ik dacht dat ik ze allemaal gezien had, en geleerd had om hun bestaan volkomen te negeren, staat er in de supermarkt achter mij aan de kassa een dame met een kleuter in een speelgoedautootje te dringen. Vlak tegen mijn deftige benen. Terwijl ik haar met een vernietigende blik en de gedachte “mens laat je kind én zijn speelgoed thuis wanneer je gaat winkelen” mijn afkeur laat blijken, merk ik ineens dat dit niet “zijn speelgoed” is, maar de winkelkar, de boodschappen gestapeld in het mini-karretje als op een ordinaire “port-bagage”!
Hysterie is me onbekend. Anders was ik in die staat gevlucht. Gillend en schreeuwend. Weg van de supermarkten en weg van de me triestig stemmende lelijkheid van de winkelkarren. Ver van autokarren. Ik blijf voortaan binnen. In alle deftigheid.
foto’s: eigen archief
(En dat het écht niet goed klikt tussen mij en winkelkarretjes kon u ooit hier lezen



27 februari 2008 at 10:31 pm
Je had als titel ook kunnen kiezen: “Van nieuwe karren en oude knarren”
28 februari 2008 at 8:13 am
Olala, zo goed had ik het niet kunnen bedenken! Staat u mij toe dat ik deze titel gebruik? Stukken beter. (Ik wacht vanzelfsprekend niet op uw antwoord, ik doe het gewoon!)
Met dank!
28 februari 2008 at 8:33 am
Die speelgoedautokarretjes zijn voor mij anders wel een geschenk uit de hemel. Ik heb er al vier buitgemaakt om op verjaardagen en feestjes cadeau te doen aan het klein grut. Geef toe een euro is toch goedkoop. Men demonteert het mandje achteraan en niemand ziet het verschil tussen echt speelgoed en dit gedrocht.
Was getekend
28 februari 2008 at 10:06 am
Ik moet hier op mijn postje van hoofdredactrice gaan letten. Want die deftige dame Marie dat wordt de Guy Mortier van de douchekapjes.
28 februari 2008 at 10:06 am
Om opportunistische redenen reken ik geen kosten aan voor het ter beschikking stellen van alternatieve titels, omdat ik ook niet wens te betalen voor het volschrijven van alhier ter beschikking gestelde advertentieruimte.
28 februari 2008 at 10:15 am
En maakt u zich geen zorgen Deftige Dame Nel, hoofdredacteurschap is niet mijn ambitie. Trouwens, ik heb geen snor.
29 februari 2008 at 9:59 am
Toch altijd oppassen voor deftige dames zonder ambitie.
29 februari 2008 at 10:43 am
Van de potgerukte, dit schitterend idee kan alleen jij bedenken! Om op te volgen, wat een geweldige tip!
29 februari 2008 at 8:29 pm
Een oude wijsheid zegt dat boontje om zijn loontje komt.
Deftige Dame Nel, binnenkort krijg jij dus van hetzelfde laken een pak!
Leve de snorloze Guy Mortier!
29 februari 2008 at 8:38 pm
Waarbij ik nog wil opmerken dat we hier wel van de essentie van het artikel afwijken.
29 februari 2008 at 10:05 pm
Afwijken? Misschien van de nieuwe karren maar met Guy Mortier met of zonder snor blijven we bij de oude knarren.
Hebben jullie al gezien dat ik aan de Vandepotgerukte ook een titel verkocht heb? Nel kan dus gerust zijn, ik ga een titelhandeltje opzetten.
29 februari 2008 at 11:18 pm
Zo is Mortier ook begonnen.
1 maart 2008 at 11:33 am
Die twee laatste foto’s, zulke karren heb ik nog nooit gezien. Maar die auto lijkt me anders een goed idee. Kunnen ze hun kinderen in ‘t oog houden, die anders met een grote winkelkar tegen je hielen aanrijden.
2 maart 2008 at 9:48 am
De man-met-de-hippe-hoed in het huidige straatbeeld kan ik wel appreciëren. Dat hij het in de winkel getransporteerd heeft in een onnozel dubbel karretje, zal me een zorg zijn.